Wat een bijzonder jaar beleven we toch: dat zal ons nog lang bijblijven.

Allereerst natuurlijk de coronasituatie die het hele dagelijkse leven in z’n greep hield zo’n 11 weken lang al en nu nog slechts mondjesmaat, stap voor stap, versoepeld kan worden. Ook voor ons werk had het z’n invloed: vergaderingen en andere bijeenkomsten die niet door konden gaan of aangepast op de computer, vrijwilligers die af moesten wegen of ze het veld ingingen of niet en daardoor een grotere rol voor de boer om op te letten op nesten op z’n land. Over het algemeen is het toch heel aardig opgelost heb ik de indruk.

Dan het recorddroge voorjaar. Nog nooit was het in april/mei zo droog als dit jaar. Wat dit betekent  heeft voor de overlevingskans van jonge weidevogels zullen we in de tabellen gaan zien over een paar maanden, maar moeilijk zal het zeker geweest zijn voor ze. Wat zullen ze blij geweest zijn met onze plasdraspercelen, waar ze nog wel met hun snavel de grond in konden komen.

Tenslotte iets over Boerennatuur, de overkoepelende vereniging van alle 40 collectieven in ons land. Daar wordt gewerkt aan een visie voor de toekomst, want er komt van alles op ons af en wat moeten we nu wel en wat niet oppakken. Om een paar dingen te noemen: een rol die we gevraagd worden te spelen in marktconcepten als planetproofmelk, biodiversiteitsmonitor, duurzaam waterbeheer en natuurinclusieve landbouw. Het is duidelijk, ook met wat er bekend wordt vanuit de GLB-discussie en de plannen van Frans Timmermans, dat de landbouw de groenere kant op gaat. Maar hoe en de economische verdienmodellen, daarover zal nog veel gepraat moeten worden.

Namens de voorzitters, Jan van der Biezen (ANB Oost-Brabant).