Mooi resultaat van goed weidevogelbeheer in Brabant, dankzij het agrarisch natuurbeheer

Monitoring Beerse Overlaet en Land van Heusden en Altena
Topgebieden in Brabant voor weidevogels zijn de Beerse Overlaet en het Land van Heusden en Altena. Afgelopen broedseizoen waren 700 vrijwilligers actief met het opsporen en beschermen van weidevogelnesten, en het monitoren van vogels met  jongen. 1.300 boeren verleenden hun medewerking. Een samenwerking van boeren, Coördinatiepunt Landschapsbeheer en Collectief Agrarisch Natuurbeheer Brabant (ANB Brabant) ondersteund door Stichting ZeeBra.

Goed seizoen voor de kievit
Veruit de meest voorkomende weidevogel in de Brabantse weidevogelgebieden is de kievit. Ruim 80% van alle beschermde legsels is van de kievit. In de Beerse Overlaet werd een lichte toename van legsels aan getroffen ten opzichte van 2018. Van deze legsels werd 84,9% succesvol uitgebroed in de Beerse Overlaet en 84,5% in het Land van Heusden en Altena. Dit is fors hoger dan het provinciale uitkomstpercentage van 77,7%. Een mooi resultaat van goed weidevogelbeheer via nestbescherming, de provinciale regeling ‘Kansen voor de Kievit’ en het landelijke stelsel van agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Maar, in het bijzonder is dit resultaat te danken aan een goede samenwerking tussen boer en vrijwilliger en de coördinerende partijen zoals de lokale Agrarische Natuur Vereniging (ANV), ANB Brabant en Brabants Landschap.

Telrondes
De telrondes zijn uitgevoerd door tientallen vrijwilligers en veldbegeleiders van het Coördinatiepunt. Grutto en Wulp hebben minder succes gehad dan de Kievit. Het gemiddeld Bruto Territoriaal Succes (BTS) voor de grutto is ruim 52%, (2018: 68%). Dat is onvoldoende voor een gunstige instandhouding van de populatie. Een groot verschil is er tussen het BTS in de Beerse Overlaet (35%) en het Land van Heusden en Altena (96%). In de meer westelijke polder hadden de grutto’s juist een uitzonderlijk goed broedseizoen.
Het BTS voor de wulp was in beide gebieden slecht (gemiddeld 40% van de broedparen bracht minimaal 1 jong groot). Voor de wulp is het berekende BTS echter minder betrouwbaar, omdat deze vogels anders reageren dan de grutto.

Overleving jonge weidevogels
Deze is afhankelijk van aangepast maaibeheer, kruidenrijk grasland, vochtige percelen en openheid. Met name in vernattingsmaatregelen is door boeren en vrijwilligers veel geïnvesteerd de afgelopen jaren. Met financiering van Brabants Landschap en de Provincie Noord-Brabant kunnen percelen optimaal ingericht worden volgens het ‘golfplaatmodel’. Natte stroken, slikrandjes en droge delen wisselen zich op perceelsniveau af. Dit werpt duidelijk haar vruchten af en is een motivatie voor alle betrokken om door te zetten.  

Voor het volledige verslag zie: https://anbbrabant.nl/evaluatie-verslag/

Nieuw aangelegde plassen Dussen