Agrarisch natuurbeheer in de praktijk.

“Maar dat is toch pure praktijk” zult u zeggen. Nou, was dat maar zo. Maar achter die praktijk zit een hoop regelgeving en administratie. Zóveel, dat de overheid er in het verleden 40% van het budget er voor nodig had. Wij als collectieven worden geacht het voor 15 tot maximaal 20% te doen. En het mooie van de nieuwe opzet is, dat dat ook schijnt te gaan lukken, wat wil zeggen dat een veel groter deel van het budget besteed kan worden aan het natuurbeheer op het land ter compensatie van het werk en de mindere opbrengsten van de boer.

Maar om u een kijkje achter de schermen te geven: naast de kosten die direct te maken hebben met contractering, uitbetaling en monitoring, moeten we ook veel tijd steken in overleg met overheden om gelden aan te komen, op een goede manier te besteden en dit vervolgens ook weer te verantwoorden. En dit gaat niet altijd zo soepel als wij graag zouden willen. Maar goed, zoals elke ondernemer weet die met overheden en vergunningen te maken heeft: dat kan wel frustraties geven af en toe maar het hoort er bij. Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat het onwil is want de wil tot medewerking en zaken oplossen is er wel volop aanwezig, maar die molens draaien nou eenmaal langzaam en ook niet altijd consequent.    

Alles overziende van de afgelopen 4 jaar dat we nou zo ongeveer bezig zijn, kunnen we niet anders dan tevreden zijn met het resultaat. Agrarisch natuurbeheer breidt nog steeds uit en het mooie is dat dat ook wordt ondersteund door de laatste economische cijfers waaruit bleek dat dat gedeelte van de sector dat het meest doet aan duurzaamheid, financieel ook het beste draait.  De visie van de minister onderstreept dit en waar mogelijk raad ik iedereen aan om de kansen te beoordelen die deze koerswijziging van de landbouw voor ieder van ons kan bieden.     

Jan van der Biezen